17. Omhoog gevallen

Een heldere lucht in de nacht.
Over de heuvel een hond die blaft.

Een kilte daalt van de maan,
waar donkere vormen staan:

een boom, en paarden die gras
staan te mompelen.

Open je armen, om de ruimte te vatten,
adem de onmetelijkheid.

Kijk omhoog en, o schrik,
val omhoog. Eindeloos,

tussen de sterren door,
de aarde valt weg.

Ze hebben de zwaartekracht
uitgedraaid, om je los te gooien.

Je smeekte te stijgen,
transcendentie te krijgen.

En daar ga je dan,
de ketenen los.

Alleen nog de sikkel
van de maan voor houvast.

Vasthouden tot de dag
aanbreekt, gezegende advent

van het eindige, en de
lichtende lucht. Dank voor

de vogels die rommelig
de ruimte fladderen.

Een deken van wolken die dekt,
langs de horizon helemaal ingestopt.

Reacties

Populaire posts van deze blog