Posts

Posts uit januari, 2019 weergeven
15. Taalslag
Letters gemobiliseerd, in gewapende woorden,
naar regels in gelid gezet,
met epische leugens,
in metrum weggemarcheerd.

Een sonnet trompetteert, assonant gesondeerd
alliteratie geartillereerd,
in klanken geknald,
totdat zij in de volta valt.

In abbattoir van debat gedreven, gecrepeerd,
kreten in krijsen gekeerd,
kreupele metaforen,
rijmloos verloren.

Strompelend, in strofen weggeslopen, trekken zich terug.
Dode letters liggen opgetast.
Zieltogende woorden bij zinnen gebracht,
kermend achter het front gelegd.

In stilte tussen de regels in wit gerust.
14. Schaatsen
Scheur door de koude, met niemand erbij,
bij het baren van de dag.

Het scherp van de snede zingt in de slag en schraapt en rinkelt
in de haal, in rijm met je hart.

Het ijs is hard en zwart, maar geribbeld erin ligt
een rimpel van wind

die een roffeling geeft.
De galm van een knal, van een scheur die verschiet
en in echo vergaat,

in de stilte, strak gespannen tussen donker en licht.
Boven het zwart en het wit

wordt de hemel geleegd van blekende sterren, en
verschiet zij naar blauw.

In het blozen van de dageraad zal zij spoedig ontvangen
de oranje majesteit van de dag.
13. Stenen van vernuft
Verklap de wereld door implosie. In dichte bundeltjes, stenen van vernuft.

Kerf een rivier in lichtende blokken, in vloeibare metselarij.

Knip een laken van lucht met een schaar van geluid, en stop het in bed met parelmoer.

Roep illusies in een put en hoor de echo die de leugen verklinkt.

Jaag reflecties van een stervend licht en blaas ze tot het vuur van een lied.

Ploeg een straat in de grond en plant de zaden van rusteloosheid.

Modelleer je mond naar de vorm en smaak van een woord van zang.

Verklink de gedachte en nagel die vast met medeklinkers.

Smelt de magie in een lege zin en zie hoe die in betekenis stolt.

Laat woorden opstaan, de deur uit lopen, op eigen kracht de wereld in.

Osmose van de taal betekenis kruipt de woorden in.


12. Strand
Als een strandproleet hangt de vlag losjes in zijn schouder,
en schikt zichzelf.

De branding lummelt zachtjes, in zijn streling, likt het gladde zand,
lispelend in zijn slappe schuim

Het lange licht vlindert zilveren kussen over de rimpeling.
Het water geeft zich over

in de volte van zijn oeverloosheid. Geen haast, spreid je uit, geen haast.