Posts

13. Stenen van vernuft
Verklap de wereld door implosie. In dichte bundeltjes, stenen van vernuft.

Kerf een rivier in lichtende blokken, in vloeibare metselarij.

Knip een laken van lucht met een schaar van geluid, en stop het in bed met parelmoer.

Roep illusies in een put en hoor de echo die de leugen verklinkt.

Jaag reflecties van een stervend licht en blaas ze tot het vuur van een lied.

Ploeg een straat in de grond en plant de zaden van rusteloosheid.

Modelleer je mond naar de vorm en smaak van een woord van zang.

Verklink de gedachte en nagel die vast met medeklinkers.

Smelt de magie in een lege zin en zie hoe die in betekenis stolt.

Laat woorden opstaan, de deur uit lopen, op eigen kracht de wereld in.

Osmose van de taal betekenis kruipt de woorden in.


12. Strand
Als een strandproleet hangt de vlag losjes in zijn schouder,
en schikt zichzelf.

De branding lummelt zachtjes, in zijn streling, likt het gladde zand,
lispelend in zijn slappe schuim

Het lange licht vlindert zilveren kussen over de rimpeling.
Het water geeft zich over

in de volte van zijn oeverloosheid. Geen haast, spreid je uit, geen haast.


11. In en uit het diepe donker (Eerst in het Engels geplaatst, in augustus 2018)

De maan strijkt zalf op de degradatie van het donker,
dat herinnering toedekt, die in de diepte zinkt,
en rust daar vindt, of in geluk verdrinkt.

Het verleden vervalt in verlies van tijd, gebeurtenissen op een rij teniet gedaan,
vallen uiteen, stappen uit het gelid,
om samen te gaan, in een geheel gevat.

Identiteiten vervagen, verdwijnen, of gaan in gemeenschap, komen wild klaar
in fusie, maken logica onklaar.

Totdat daglicht de orde van de mars herstart, het zelf weer opgedregd, identiteit hersteld,
terug in de lijn van de tijd gedrukt.
10. Labrador
Lijdzame labrador Greta Garbo onder de honden
zit scheef op haar bil,
oren geplet.

Zwemmende ogen, zo bloot onder dansende wenkbrauwen
gaan ping pong van jou
naar het brok kaas dat daar ligt.

Haar compacte lijf. De balg van haar borstkas blaast
een fluit van emotie,
na een denderende ren.

Door dik en dun zou ze gaan voor haar baas, als ze het lef had.
Zacht eitje, tot in de dood toe bedeesd,
schuldig bewust dat ze ziek was, verteerd.

Samen aan de bosrand, een droge sloot, turend over het Drentse veld, vol
overgave, wit van vertrouwen. Totdat, later,
het spuitje en haar leven zijn uitgewerkt.

Haar kop tussen poten gerust, Met een zucht onder mijn handen vertrekt


9. Woorden op de vlucht
Hij jaagt op het woord waarvan hij geen letter greep
en de toon zijn zetting ontzweeft.

Later, als een passant, waar hij ze uitgestorven dacht,
daar stonden ze, een strofe vol,
met trillende neus in reuk van het vers
en klank in hun flanken.

Geen dressuur nu, laat ze stil. Sluip, sluip, maar niet te dicht.
Een stap te ver ontketent hun vlucht,
die daar gaat, roffelt en slaat,
en ranselt de lucht met haar maat.


8. Rebellerende letteren
Het is beangstigend soms, en soms lach je je krom,
hoe woorden zomaar gaan staan,
in drommen er vandoor kunnen gaan,
rebelleren, de regels breken,
en wild aan het zwalken gaan.

Beukende medeklinkers breken klinkers los uit geplaveide verhalen,
rukken grimmig op, om zich te wreken,
op hechtenis en verbale processen,
en kraken buiten zinnen en lessen
de verlaten huizen van de taal.

De orde stelt zich in slagorde op, achter dranghekken van grammatica,
syntactisch in rijen gezet. Slaat
er met heftige semantiek op in,
drijft het gebroed de stegen weer in.


7. Herfst
Buiten vegen de bomen het bollende grijs, gescheurd, in rafels tegengelicht, langs
het land dat bezopen in de regen ligt.

Binnen, voorbij een bevend gordijn, tast het licht in wankele schijn.
Ritst een vlieg de ruimte open en dicht.

Binnenstebuiten lig ik daar, slordig uitgetrokken, leeg en nauwelijks belicht
in plooien, met niemand erin.